Panorama zaandam by Tilemahos Efthimiadis

Bach in de Bullekerk

Pers­bericht

Col­legium Vocale Zaan­dam & Baro­kensem­ble Arx Ardens o.l.v. Cor Brandenburg

Can­tate BWV 150, “Nach dir, Herr, ver­langet mich”

Ilse Gabel – sopraan
Andrew Hal­lock – alt
Jasper Dijk­stra – tenor
Michiel Mei­jer – bas

Zater­dag 21 april 2018, 17.00 uur — West­z­i­jderk­erk (Bullek­erk), Zaan­dam — Toe­gang gratis (col­lecte na afloop)
Col­legium Vocale zingt Bachs eerste cantate .


De bron­nen geven weinig klaarheid over het ontstaan van can­tate 150. Zeker is wel dat deze geschreven is toen Bach nog organ­ist was in Arn­stadt (17031707). Daarmee is deze can­tate nog ouder dan can­tate 182 die vorige maand op het pro­gramma stond. Het auteurschap heeft lang niet onom­stotelijk vast­ges­taan, tot­dat in de tekst een zoge­naamd acros­ti­chon werd ont­dekt. De eerste let­ters van de regels uit de delen 3, 5 en 7 vor­men de naam van de man die Bach een aanstelling gaf in Mühlhausen (1707).
De can­tate past in het beeld van de vroege can­tates van Johann Sebas­t­ian. Enkele opval­lende zaken: er is geen koraal, wel veel (vier!) koorde­len, als enige blazer heeft de fagot in som­mige delen een bijna con­cer­tante par­tij, maar bove­nal, de vor­m­vas­theid, ken­merk­end voor de rijpe can­tates, ont­breekt. Veelvuldig wordt in de koren van tempo gewis­seld.
Een bijna vast gegeven is het gebruik van een chro­ma­tisch (halve toon­af­s­tanden) dal­ende lijn. Van oud­sher werd deze gebruikt om doo­dsver­lan­gen uit te drukken. Hier heet dit: ‘Nach dir, Herr, ver­langet mich’. Toch is het beslist geen sombere can­tate; er is sprake van gevaar en lij­den maar steeds ook van hoop en vertrouwen op God. Een klein beetje ijdel­heid klinkt door in de woor­den ‘Laß mich nicht zuschan­den wer­den, daß sich meine Feinde nicht freuen über mich’.
Naast de dal­ende lij­nen is er ook een sti­j­gende in ‘Leite mich in deiner Wahrheit’ waar­bij de koorstem­men als in een estafette (en later de violen) de toon overne­men. Er is slechts één aria; de sopraan zingt ondanks alle prob­le­men ‘Doch bin und bleibe ich vergnügt’. I.p.v. een slotko­raal klinkt er een cia­cona, een vorm met een steeds her­haald bas­motief. De tekst vat a.h.w. de can­tate samen: ‘Meine Tage in dem Leide endet Gott den­noch zur Freude’.
Naast can­tate 150 wordt ook can­tate 200 uit­gevo­erd: hier­van is enkel een aria voor alt bewaard gebleven: ‘Beken­nen will ich seinen Namen’.
Pro­fes­sionele barokmu­sici begelei­den koor en solis­ten in de uitvo­er­ing met authen­tieke instru­menten. De lagere stem­ming van deze instru­menten, het spe­len op darm­snaren i.p.v. stalen snaren en de barokke speel­tech­niek bren­gen de klank dichter bij het klankbeeld uit Bachs dagen. Vooraf­gaand aan de can­tate geeft de diri­gent een toelicht­ing.
Nadere infor­matie op http://​www​.col​legiumvo​calezaan​dam​.nl of via diri­gent Cor Bran­den­burg, 06 2148 1858.

Joomla tem­plates by a4joomla