Panorama zaandam by Tilemahos Efthimiadis

Niet alleen naar het ver­lies van eigen­dom en onver­vang­bare cul­tu­ur­goed­eren gaan onze gedachten, maar meer nog naar de komende zor­gen van den wederop­bouw. En van deze zor­gen kri­j­gen de Ned­er­land­sche stede­bouwkundi­gen wel het zwaarste deel te dra­gen, daar het sinds eeuwen in ons land niet meer is voorgekomen, dat ste­den en dor­pen moesten wor­den ges­ticht, zooals nu bij de totale ver­woest­ing van som­mige plaat­sen noodig zal blijken.
Gelukkig ziet men in dat de wederop­bouw een zaak van ons geheele volk is en dat het de bun­del­ing van alle stede­bouwkundige krachten noodza­ke­lijk maakt.

Daar­van spreken in ons land de instelling van den Rijks­di­enst voor het Nationale Plan en van een stede­bouwkundi­gen leer­gang aan de Tech­nis­che Hogeschool te Delft. Want stede­bouw is niet de kunst om een aan­tal wonin­gen op een bepaald ter­rein te schikken, noch om een weg te pro­jecteeren, die de korste verbind­ing is tuss­chen twee gegeven pun­ten, doch is breed gezien de uit­drukking met stof­fe­lijke mid­de­len van het geheele sociale-​, cul­tureele– en economis­che leven van ons volk.

Hier­aan denkt men, als men de geschiede­nis nagaat van het dem­pen van het gedeelte Voorzaan, tuss­chen de Hoogendijk en de Wil­helmi­nasluis, waar­door het tegen­wo­ordige Damplein ontstond.

Toen, dat was in 1908, pleegde men in Zaan­dam stede­bouwkundi­gen arbeid. Aan de hand van de word­ings­geschiede­nis nu zullen we nagaan, hoe men des­ti­jds aan het gestelde prob­leem vorm gaf. In de jaren rond 1900 bleek onze oude zee­haven, welke vóór het graven van het kanaal langs de Prins Hen­drikkade de oude loop van de Zaan was, te klein en te ondiep te zijn. Na het over­we­gen van vele plan­nen besloot men een nieuwe zee­haven te doen graven en de oude uit te diepen. De plan­nen zouden ges­trand zijn op de hoge kosten, wan­neer men niet op het idee gekomen was, den grond, die vrij kwam bij het graven en bag­geren, te gebruiken om het eerder genoemde gedeelte van de Voorzaan te dempen.

Dam Jbz Schipper tekening 01Dam Jbz Schipper tekening 02Want hier stond men voor een ver­keer­sprob­leem. Het steeds toen­e­mende ver­keer tuss­chen oost­elijk en west­elijk Zaan­dam, dat voorheen rech­tuit over de beide sluizen en de spuis­luis ging (zie afb. 1-​links) moest na het maken van de Wil­helmi­nasluis in 1903, eerst over de brug van deze sluis, daarna langs de sluis, om via de Lage Dam de West­z­i­jde te bereiken (zie afb. 2-​rechts). Dus twee korte haaksche bochten na elkaar; een onhoud­bare toestand.

Door het dem­pen van dit gedeelte van de Voorzaan kon men nu een recht­streeksche verbind­ing maken tuss­chen de brug over de Wil­helmi­nasluis en de West­z­i­jde. Hier­mee ving de arbeid op stede­bouwkundig ter­rein aan.

Zoals gezegd wor­den de grootte en de belan­grijkheid ten opzichte van elkaar der stede­bouwkundige ele­menten zooals de bouwmassa’s, de wegen, de pleinen, de boomen en het groen, bepaald door sociale, cul­tureele en economis­che fac­toren. De vorm van deze ele­menten, afzon­der­lijk en in het totaal­beeld, richt zich naar de wet­ten der aesthetica.

Dam Jbz Schipper tekening 03Wan­neer we nu het verkavel­ings­plan van het aldus gevor­mde ter­rein bek­ijken (afb. 3), dan zien we dat men helaas slechts oog had voor de economis­che fac­toren, in dit geval ver­keer­stech­nis­che eis­chen. Men traceerde den verbind­ingsweg zoodanig dat er twee zeer onregel­matige, slecht te verkave­len bouw­blokken overbleven en een lelijk ver­keer­splein van een onbestem­den vorm ontstond.

Hoe overi­gens de ver­keer­seis­chen gedi­end zijn kan men ervaren als men het ver­keer gelijk een draaimolen om ’t stand­beeld van Czaar Peter ziet tollen. Voorts pleit het ont­breken van achtert­er­reinen bij de meeste wonin­gen die men bouwde, dus onvol­doende licht en lucht, zeker niet in het voordeel van een en ander. Tenslotte liet men een unieke gele­gen­heid voor­bij gaan om Zaan­dam een waardig plein te geven, dat niet alleen als een hart in het stad­slichaam zou liggen, het stadlichaam, dat zich als een poliep met tien­tallen ten­takels langs beide oev­ers van de Zaan uit­strekt, maar dat ook het cul­tureele mid­delpunt van onze gemeente zou zijn.

Aan dit plein, groot en schoon van ver­houd­ing, waarop het stand­beeld van Czaar Peter door het ontstaan van meer voor­ruimte een waardige plaats zou innemen, zouden de gebouwen hebben kun­nen staan, die het open­bare en cul­turele leven rep­re­sen­teer­den, zoals ver­schil­lende gebouwen voor gemeen­telijke dien­sten, de ambtswon­ing van de burge­meester, een postkan­toor, een con­certzaal, een museum, het kan­ton­gerecht en wat wonin­gen van notabelen.

Dam Jbz Schipper tekening 04Helaas de vroede vaderen van 1908 dachten hier anders over. Ze dachten slechts aan de porte­mon­naie; men sprak zelfs van een “Damschan­daal”. Slechts raad­slid Francken, bouwkundige van beroep, kwam met een voors­tel (zie afb. 4), dat meer beloofde. Een 32 meter breede boule­vard, wel geen plein in de beteke­nis van het woord, zou een rust­punt in de stad gewor­den zijn, dat veel van de zoo juist bepleite eigen­schap­pen bezat.

Nog­maals helaas, deze gele­gen­heid is verkeken. Rest ons slechts de hoop dat de stede­bouwkundi­gen, die het zich uit­brei­dende Zaan­dam vorm moeten geven, de nieuwe wijken dat zullen geven wat het geheel ont­beert, namelijk een hart.

Jb. Schip­per

De illust­traties bij dit artikel zijn samengesteld uit gegevens, ontleend aan diverse oude tekenin­gen en kadas­trale plans, eigen­dom van het bedrijf Gemeen­tew­erken en aan de uit­gave “Zaan­land­sche Dam­plan­nen” door J.C. Francken, anno 1909.

* dit artikel is over­getypt uit Zaans Groen van 1945. Ook de tekenin­gen zijn uit die uit­gave zo goed mogelijk overgenomen.




Joomla tem­plates by a4joomla