Panorama zaandam by Tilemahos Efthimiadis

Carla Mei­jer – Schip­per
Prins Hen­drikkade

Van onze redac­tie: Ruud Meijns

carlameijer0

Ons bezoek aan mevr. Carla Mei­jer – Schip­per (geb. 1929) had tot doel om haar te bevra­gen over de Prins Hen­drikkade. Haar over– en grootoud­ers en oud­ers woon­den al op de Kade. Carla Mei­jer en haar zus hebben hun hele leven daar gewoond en zagen veel din­gen veran­deren. Haar uitzicht op het Pont eiland met de kleine wonin­gen van arbei­ders van de houthandel, het zwem­bad zijn overge­gaan in een bebouwing van vier etages hoog en een flat­ge­bouw op de plek waar vroeger gez­wom­men werd.

carlameijer1Voor de fam­i­lie van haar moeder liet groot­vader Ger­rit Fris, samen met haar vader, een huis bouwen op de Prins Hen­drikkade; de nrs. 8 en 8a. Hier, op num­mer 8 is Carla geboren. Later werd nr. 8 door her­num­mer­ing nr.66. Die her­num­mer­ing was nodig omdat er in de richt­ing van de Burcht nieuwe wonin­gen wer­den gebouwd. De fam­i­lie is in totaal 15 x ver­huisd en alle­maal op de Prins Hen­drikkade. Het huis waarin ze nu nog woont is num­mer 93. Haar zuster heeft tot haar over­li­j­den twee huizen verder op de kade gewoond.

Ze heeft altijd met veel plezier op de PHKade gewoond, hoewel ze de wijzigin­gen in de omgev­ing niet altijd met plezier ontv­ing. Maar er waren ook goede din­gen zoals het water van de Zaan dat sterk ver­be­terd is. Er waren jaren dat het zil­ver zwart werd, je kon wel bli­jven poet­sen. Met de komst van het gemaal is het schoner gewor­den. Er wordt nu weer veel gez­wom­men in de Zaan.

School
carlameijer2Carla ging op de Kat­te­gatschool. Na de lagere school ging ze naar de ULO, hoewel ze liever naar de HBS was gegaan. Haar oud­ere zus deed de HBS en door gesprekken thuis wilde ze dat ook. Het werd niet noodza­ke­lijk geacht. Door een bom­barde­ment van haar ULO op de Hogendijk in 1944, kwam ze weer terug op het Kat­te­gat en maakte daar de ULO af. In deze roerige tijd kwam er geen diploma, maar een cijferlijst.

Van de oor­log heeft ze als 10-​jarige niet zo erg veel mee gekre­gen. Thuis en bij fam­i­lie werd er over gespro­ken, dat wel. Er lagen twee marineboten aan de kade en als er Engelse vlieg­tu­igen overk­wa­men werd er vanaf die boten geschoten. Ze heeft een keer een vlieg­tuig aangeschoten naar bene­den zien dwar­re­len. Bij haar zus werd een joodse klasgenoot van de HBS weggevoerd.

Standsver­schil
Op de Kade, zeker het laat­ste deel, woonde je toen nog op stand. In haar jeugd waren er maar drie auto’s op de Kade en die ston­den op het laat­ste deel. Toen waren er al huizen met cen­trale ver­warm­ing. Je sprak de buren nooit met buurvrouw of buur­man aan zoals in andere buurten, maar je sprak ze aan met hun naam of met mevrouw of meneer. Dat stands­be­sef zat er al vroeg in.

carlameijer3Scheep­vaart
De scheep­vaart is altijd een genot geweest. In vroeger dagen waren er de hout­boten die vooral in het voor­jaar kwa­men. Het lossen, met de hand, ging dag en nacht door. Het lossen kon per boot soms wel weken duren. En ook natu­urlijk de Zaan­dammer­boot. Je kon de klok daarop gelijk zetten; 7 over kwam hij langs. In 1950 werd de lijn­di­enst gestopt. Als een schip door de sluis moest, werd er drie keer gefloten om de brug te ope­nen. Nog steeds is er druk scheep­vaartver­keer langs de Kade. Neem bijv. de Henri Dunant die voor het eiland omdraait en dan achteruit naar de kade bij de Burcht vaart. Met Koninginnedag is het ook heel druk. ’s Mor­gens gaat alles richt­ing Ams­ter­dam en ’s avonds de hele stoet, met een slok op en veel lawaai, weer terug.

Foto: De Zaan­dammer­boot in 1930

Werk
Na haar schooltijd ging ze, als 16-​jarige, werken bij Garage de Jong. Dealer van Volk­swa­gen. Het bedrijf had ook een rijschool en daar heeft ze leren rij­den. Dat had voor iedereen voorde­len. Carla kreeg een rijbe­wijs en voor de firma kon ze bijv. auto’s ophalen. Als er weer ‘kev­ert­jes ‘ opge­haald moesten wor­den bij de firma Pon in Amers­foort kon ze mee om er een­tje te besturen op weg naar Zaan­dam. De oude heer Pon had een nogal slaperige blik en werd daarom ‘nacht­pon’ genoemd. Ze is met haar 20e gestopt met werken omdat ze ging trouwen, zo ging dat in die dagen.

carlameijer4Het Pon­tei­land
Met de open­ing van het Noordzeekanaal in 1876 ves­tigde de firma Pont, samen met de fa. Gras, zich op het eiland dat haar naam droeg. De vele schepen met hout lagen afge­meerd aan de Haven­straat of aan de kant van het William Pon­tei­land. De schepen ver­vo­er­den hout voor de ver­schil­lende Zaanse houthandels. De Zaanstreek kende in het mid­den van de vorige euw enkele tien­tallen houthandels zoals: Van Wessem, Simonsz, Dekker, Stad­lan­der, Mid­del­hoven, Van de Stadt, Gras, Schip­per, Blees & Kluyver, Kam­phuis & Loos­broek, Van Koni­jn­burg, Rote, Bruynzeel en William Pont.(Bron: Zaans-​industrieel-​erfgoed)

Foto:De Bad­huisweg toen

Het hout werd toen nog plankje voor plankje, met de hand overge­laden op de langszij liggende dekschuiten en andere bin­nen­vaartschepen. Grotere schepen lagen soms weken­lang in de haven voor­dat ze uitein­delijk gelost waren. In 1986 kwam er een eind aan de ves­tig­ing op het eiland. De Balken­haven werd de nieuwe plek. Er ston­den op het eiland, op de Bad­huisweg, enkele huizen voor de arbei­ders van Pont. Het beeld is nu veran­derd in een woon­laag van vier etages.

carlameijer5Pon­tje
Omdat het Pon­tei­land een echt eiland was, de brug kwam er pas rond 1960, werd de verbind­ing voor bezoek­ers onder­houden door een overzetveer. Tot 1939 werd dat met een roei­boot gedaan (veer­man Pieter Kop), daarna kwam er een motor­boot. Dit Gemeente pon­tje t.o. het Kat­te­gat naar het eiland en weer terug was gratis. Aan de kop van het Eiland was nog een pon­tje, het zg. pon­tje van Schaap. De route die werd afgelegd was: het zwem­bad, Haven­straat, Noten­laan en als laat­ste de Prins Hen­drikkade. De over­tocht kostte 3 cent.

carlameijer6Zwem­bad
Het buiten­zwem­bad op het eiland werd in 1910 geopend. Het bestond uit drie afzon­der­lijke baden en had een 9 meter hoge duik­toren. Als van het derde bad de luiken omhoog wer­den getrokken kon je zo het open water van de Zaan inzwem­men. De toe­gang was 5 cent en de werk­lozen kon­den voor acht uur gratis terecht. Vooral in de zom­erse peri­ode voer het pon­tje af en aan met bezoek­ers. De fam­i­lie Pesie had de lei­d­ing van het bad. Ze had­den ook nog een bad in Bergen. Carla heeft er veel gez­wom­men. Vlug met het pon­tje over en dan ren­nen naar het bad. Ze heeft nog een foto waarop ze in het kan­toortje van het bad zit met het hondje ‘Tempo’ van de fam­i­lie Pesie.

Maar er was ook een tra­di­tie om het Eiland rond te zwem­men. Nooit alleen. Het duurde ongeveer een uur om het eiland rond te komen. De noord­kant, t.o. de Hogendijk, was het moeil­ijk­ste punt. Een echte ‘uit­naaier’ zoals ze dat noem­den. Carla heeft daar geleerd om op haar adem te zwem­men. Als dat goed zat kon je bli­jven zwem­men. Het wordt nog wel gedaan. Het zwem­bad organ­iseerde wel jaar­lijks een 1 km race. Van de punt van het eiland naar het Kat­te­gat en terug.

Haar groot­vader zwom ook veel in het bad. Om 7 uur het bad in en als dat niet mogelijk was een ferme koude douche. Maar op een dag kreeg hij, tij­dens het zwem­men een beroerte, werd naar het zieken­huis overge­bracht en is daar overleden.

carlameijer7Han­del e.d.
Tussen de Mozart­straat en de Ganzen­werf­s­traat lag voorheen ‘feestge­bouw Prins Hen­drik’, later ‘Thalia’ met daarachter een (speel)tuin. Haar moeder heeft er als kind samen met een vriendin­netje wel eens een kogelflesje met spuit­wa­ter gedronken. Er werd eerst arg­wa­nend naar het twee­tal gekeken, maar ze had­den het geld van hun oud­ers gekregen.

Rechts op de foto: voorheen café ‘Thalia’

Toen Carla’s vader voor zaken naar Italië moest, hij werkte voor Pieter Schoen, wilde ze graag mee. Het was tenslotte bijna om de hoek. Hij begreep dat ze Thalia ver­staan had.

Als klein kind heeft ze daar nog eens de wagens van een lil­liput­ter­cir­cus zien staan. Kleine men­sjes met kleine wagen­t­jes. Ze viel blijk­baar in de smaak want ze kreeg van hen een sinaas­ap­pel. Erg groot in vergelijk­ing met die kleine mensjes.

Waar later Aldi zich heeft geves­tigd (staat nu leeg) was vroeger een groen­teveil­ing die vanaf de kade bevoor­raad werd.

carlameijer8Ter hoogte van het Kat­te­gat was een paar­dens­med­erij van Grim­ber­gen, de hoef­s­mid. Later is daar een garage in geves­tigd. Ze heeft er nog eens een hoe­fi­jzer meegenomen dat buiten de smed­erij lag. Dat brengt geluk, dacht ze. Haar oud­ers von­den dat ze hem toch terug moest bren­gen. Ze heeft het ijzer weer stil­let­jes terug gelegd.

Foto links: smed­erij van Grimbergen

Op de Zuid­dijk had je nog een paar­denslager, er waren veel slagers op de Zuid­dijk. Als je zo’n paard bij slager Vet naar bene­den gevo­erd zag wor­den had je heel erg met het beest te doen. Je wist wat er ging gebeuren. Op de kade had je nog de aar­dap­pel­han­del van Klif­fen en de ijz­er­han­del van Foeth. Dan was er ook nog de ambu­lante han­del, mensen die langs de deur verkochten. Zo was er mevr. Hin die kaart­jes verkocht waarmee je kon sparen bij het waren­huis Bischoff in de West­z­i­jde. Als er genoeg ges­paard was kon je je ver­langde waar bij Bischoff uit­zoeken en meen­e­men. Kat Ali, van het Dampad, een vrouwtje dat klein en krom was, verkocht thee die ze ver­vo­erde in een kinder­wa­gen. En een zekere Leigh, had een groen­tewinkel in de Oost­z­i­jde. Hij had een glazen oog en had vaak wat te veel op als hij langs kwam. Deed nooit het poortje van het tuin­hek open maar sprong er altijd overheen.

Wie kent ze nog – de bij­na­men?
Siem van het postkan­toor, die op het Pan­tepad, bij het Meer van Gen­eve in een loge­ment woonde.
Piet suik­erneus
Muzikan­ten zoals Piet met de har­monika en een col­lega van hem die met een klar­inet langs kwam. Die kwam elke week tot haar moeder zei dat hij alleen met de seizoenswis­selin­gen langs mocht komen. Hij is daarna nooit meer geweest.

Gemeente Archief Zaanstad
Veer­di­enst Prins Hendrikkade-​Eiland. Nadat het houtbedrijf William Pont naar het eiland kwam, werd het voor het oude veer, een roeischuit/​trekpont met ijz­eren ket­ting, die het pon­tje met beide oev­ers ver­bond en als veer­man Pieter Kop had, te druk. In een strenge win­ter raakte de trekpont steeds vast in het ijs. Men ging toen over op een ijz­eren motor­boot, gemaakt door scheep­swerf Jb. Haak. Op 15 augus­tus 1939 kwam de pont in gebruik. De pont was 20 jaar in gebruik. Daarna kwam de William Pont­brug, gefi­nancierd voor een deel door houtbedrijf William Pont. 28 augus­tus 1959 was de laat­ste dag voor het pontveer. Het pontwachter­shuisje bleef bestaan en werd nog jaren­lang gebruikt door de rijk­spoli­tie te water. Het is daarna toch ges­loopt en ver­van­gen door een ander houten gebouwtje.

Joomla tem­plates by a4joomla