Panorama zaandam by Tilemahos Efthimiadis

Gulik1Ze ging op school in de Sta­tion­sstraat; school 9. Je had twee scholen daar 9 en 10 en 9 zat het dichtst tegen De Vaart aan. Toen ze in de zesde klas zat, ging haar vader voor een gesprek naar school en haar ler­aar, meneer Scheep­ers, vertelde haar vader dat ze wel naar de HBS kon. Zelf dachten ze aan de MULO want ze had geen Frans geleerd. Daarin kon ze wel bijles kri­j­gen voor 1 gulden per les. Hoewel dat heel wat geld was in die tijd deed haar vader dat toch; een goede invester­ing. Haar schooltijd was in de oor­log en de gebouwen waren door de Duit­sers gevorderd en zodoende heeft ze nog een peri­ode in het voor­ma­lig Weeshuis in de Sta­tion­sstraat les gehad. Ze was zeven­tien toen ze van school afkwam.

In de oor­log heeft ze nog een tijdje, samen met een vriendin­netje, in de Purmer gew­erkt, als dien­st­meisje bij een boer. Zo had­den ze ten­min­ste goed te eten. Haar vader had naar een hoef­s­mid in Purmerend geschreven of die niet een plekje wist bij een boer omdat er niet veel te eten meer was. Ze wer­den gebracht en de boeren mochten kiezen, en die eerste boer, z’n vrouw had reuma, koos Riet.

In het weekeinde gin­gen ze naar huis. Nog een geluk want in een weekeinde dat ze thuis waren werd er door Engelse vlieg­tu­igen een lad­ing bom­men gedropt in het wei­land naast de boerderij. Veel schade was het gevolg, maar de boerderij stond nog overeind. Maar ze kan het beter zelf vertellen. Ze doet het in ’t Zaans; een liefhebberij.

Gulik2“Ik zee al dat ik nei me skoolek­same een taidje op een boerderai in de Purmer ewerkt hew. Deer was ik den van maand­a­goggend tot zater­dag­mid­dag. Het week­end was ik tois. Eén maandag, toe ik bai de West­er­weg kwam, stond deer een pliesie die me teuge hield. Toen die hoorde weer ik heen most, kon ik deur­raaie. Hai zee; der is een bom evalle verderop, skrik maar niet.

Bai de boerderai an ekomme, weer ik werkte, ver­skoot ik bar erreg. Per­cies voor et hois, an de are kant van de weg, was een diepe krater in et wai­land en der lag een stel dooie skepe bai. Deer mocht nie­mand nee toe, want der lagge ook nag niet ont­plofte brand­bomme bai, die moste eerst nag weg ehaald worre deur de Doisers.

Foto: West­er­weg in de Purmer

Een Engelse bom­mew­er­per bleek eraakt te weze deur ofweereskut van de Dois­ers. In een poging om te ontkomme, loosde hai ze bom­mevoor­raad midde voor de boerderai. Nou die was niet om an te zien: alle roite wazze esneu­veld en alles lag onder et glas, ook de kamer weer ik altaid in sliep en me bed lag vol sker­reve. Me ienig­ste gnappe jur­rek, die deer nag hong, zat onder de gate van het glas.

De bewon­ers, die et mee emaakt hadde, wazze netu­urlijk nag ont­daan, maar wazze der glokkeg met de skrik van ovvekomme. Maar de mater­iële skade was enorm. Dus nei ’n dag hard wer­reke om de erreg­ste troep een bietje op te roden, gong ik ‘s eves maar wir op me fiet­sie nei ’t Zaan­tje terug, want in de boerderai was met al die stikkende rame voor­lopig niet te weune. Et was een ongewisse taid en et gevaar kwam soms oit onverwachte hoek.”

Het verblijf in de Purmer deed haar wel goed; ze groeide een pond in de week. ’s Mor­gens lekkere tar­wepap in melk. Thuis had­den ze gorten­pap in water. Maar als ze naar huis ging kreeg ze altijd iets mee van de boer, voor thuis.

Gulik3Na die tijd bij de boer is ze gaan werken op het postkan­toor aan de Dam. Ze deed eerst nog een cur­sus van drie maan­den in Scha­gen. Daar wer­den alle han­delin­gen geleerd voor achter het loket; snel leren reke­nen, geld tellen. Ook alles over de giro, over stortin­gen, over post­wissels. In die tijd is ze nog wel eens uit­geleend aan Purmerend als daar ziekte of zeer was. Dat gaf wat extra loon en reis– en verbli­jfkosten. Toen een chef over dat laat­ste vroeg waarom ze niet met de trein heen en weer kon gaf een col­lega haar een alibi, “zeg maar dat je bang bent dat de trein beschoten wordt”. Dat werd geac­cepteerd en ze kon bij haar oude adres in de Purmer in de kost als ze in Purmerend moest invallen. Na de PTT heeft ze een baan aangenomen bij deur­waarder van de Wee­t­er­ing op de Gedempte Gracht (zie foto). Daar heeft ze tot haar trouwen met Goos van Gulik in 1953, gewerkt.

Door de grote won­ing­nood gin­gen ze inwo­nen bij haar oud­ers, Czaar Peter­straat 52. Na 2 ½ jaar, en een kind, kre­gen ze een won­ing in de Ros­molen­straat hoek Jan Bouwmeester­straat. Na een jaar kre­gen ze gele­gen­heid het huis van haar oude buur­man, op num­mer 54 te kopen, naast haar oud­ers. Dat ging niet zo makke­lijk, maar met een won­ingruil met vijf per­so­nen is het uitein­delijk voor elkaar gekomen. Ze wonen er nog steeds. Het oude huis heeft wel een nieuwe fun­der­ing gekre­gen anders was het gaan verzakken.

Toen de kinderen al groot waren heeft ze nog een baan­tje aangenomen bij MAVO-​Zuid op de admin­is­tratie. Daar heeft ze 17 jaar gew­erkt. Wel een paar keer ver­huisd; Mei­doorn­straat, Pauwenven.

Zaanse taal
Gulik4Rie heeft haar tal­en­knobbel ook gebruikt om het Zaans in ere te houden. Haar vader sprak Zaans dus is het haar, als het ware, met de paple­pel inge­goten. In haar jeugd werd er nog veel Zaans ‘esproke’. Je moet er van houden en dat doet ze. Ze heeft aan het Zaans dictee meegedaan. De eerste keer had ze meteen al de tweede prijs; ze kreeg het boek de Zaanse Volk­staal van Boekenogen. Klaas Woudt, de grote ken­ner en stim­u­la­tor van de Zaanse taal, heeft nog een felic­i­tatie in dat eerste boek geschreven. Gelukkig viel ze nog een paar keer in de pri­jzen zodat alle­bei haar dochters nu in het bezit van het boek van Boekenogen zijn. Vriendin­nen van haar dochters wilden ook wel Zaans leren, dus een avondje met elkaar gelezen, maar vooral de uit­spraak bli­jft toch moeilijk.

Mensen denken wel eens dat Zaans en West­fries het­zelfde is, maar het zijn twee aparte dialecten. Toen ze in de oor­log een tijdje in de Purmer verbleef, merkte haar vader het direct. Hij vond haar al aardig West­fries spreken.

Een dialect is voor mensen die er niet mee opge­groeid zijn soms onmo­gelijk om te vol­gen. Ze las eens op een bonte avond van het NIVON een ver­haaltje van Klaas Woudt voor. Achteraf hoorde ze dat de mensen, die overal uit het land kwa­men, er niets van had­den ges­napt. Klaas Woudt schreef al: ‘Me hoeve mekan­der niks wais te make, et Zaans is alle­gaande de skait­ber­reg oppe­gaan. Der is temet niks van overe­bleve, je hore et niet meer.’ Gelukkig zijn er nog mensen de er plezier in hebben om het in ere te houden. Zoals Marie Kleij die als Klei­doi­fie in de krant schreef. Alle stuk­jes uit de krant hebben Goos en Rie van Gulik bewaard en keurig ingeplakt.

NIVON
Goos en Rie zijn al jaren lid van het NIVON (Ned­er­lands Insti­tuut voor Volk­son­twik­kel­ing en Natu­urvrien­den­werk). Tot voor kort gin­gen ze enkele keren per jaar op een tripje naar een huis in de natuur. Wan­de­len in de natuur voor­namelijk, maar ze zijn ook wel eens wezen Langlaufen, maar dan zie je zo weinig, wan­de­len beviel beter. Soms was het over­nachten in een heel prim­i­tief houten gebouwtje mid­den tussen de bergen, soms wat lux­ueuzer. Samen hebben ze nog een advies­bu­reautje gehad voor het Nivon om mensen van advies te dienen waar ze het beste heen kon­den gaan. Met de komst van inter­net werd dat over­bodig. Er staan nog tal­loze boeken met infor­matie over bestem­min­gen, zelf bijeen geschar­reld en inge­plakt; alle­maal over­bodig geworden.

Ze speelt nog wel met een aan­tal Nivon-​leden muziek. Ze speelde 58 jaar bij Con Amore mandoline-​orkest. Samen met het Vocaal Kwin­tet, mooie man­nen­stem­men. Maar zoals het met zoveel verenigin­gen en groepen gaat, die werd ziek en die kreeg wat. Gelukkig zijn wat leden meege­gaan naar de Nivon-​groep, waar ze alweer 20 jaar speelt. Ze heeft ook nog gitaar gespeeld en met haar dochter blokfluit.

Gulik5Als haar man Goos bin­nen komt, hij was aan het werk in de tuin, hebben we het nog even over een schilder­i­jtje van de plek waar hij geboren is, aan de West­zan­erdijk. Dat was nog net in Zaan­dam, maar hij ging in West­zaan op school. Met z’n acht­ste jaar is hij naar Zaan­dam verhuisd.

Op dat schilder­i­jtje in de kamer staat zijn geboorte­huis nog, rechts naast het bruggetje. Onder het bruggetje hield z’n vader koni­j­nen. En het ‘skaithois’ stond, natu­urlijk, boven de sloot. Op de achter­grond, nog net zicht­baar, het huis van Rote, de houthandelaar.

Foto’s: Water­land Archief, Gemeente Archief Zaanstad en eigen foto’s

Foto’s: Water­land Archief, Gemeente Archief Zaanstad en eigen foto’s

Joomla tem­plates by a4joomla