Panorama zaandam by Tilemahos Efthimiadis

Biografie Ger­rit Th. Rietveld.
Ger­rit Th. Rietveld, drie broers en twee zusters, had­den geen gemakke­lijke jeugd. Hun moeder was een fan­tasier­ijke en opgewekte vrouw, maar hun vader, oud­er­ling in de gere­formeerde kerk, een strenge en gelovige man. Diens hevige zon­debe­sef en strikte moraal druk­ten zwaar op het gezin.

Onmid­del­lijk na de lagere school leerde Ger­rit Rietveld vanaf 11-​jarige leeftijd het vak van meubel­maker in de meubel­w­erk­plaats aan de Poort­straat in Utrecht van zijn vader (18991906). Hij werkte er van ‚s ocht­ends vijf tot ‚s avonds zeven voor een dubbeltje in de week. De hier in een historische-​stijl gemaakte massieve meubel­stukken, met hun prot­serige uit­steek­sels en sier­rand­jes ver­af­schuwde de jonge Rietveld. Terug­b­likkend op deze tijd verk­laarde hij het er alleen te hebben uit­ge­houden, omdat hij elke vrije min­uut voor zichzelf kon teke­nen. Daar stond echter tegen­over dat toen zijn waarder­ing voor het vak­man­schap van de meubel­maker ontstond.

Omstreeks 1910 deed hij in de avon­duren tevens een meer the­o­retis­che cur­sus bij de Utrechtse archi­tect en meube­lon­twer­per P.J.C. Klaarhamer, een Utrechtse archi­tect die exper­i­menteerde met strakke vor­men en felle kleuren. Bij deze geestver­want van H.P. Berlage maakte Rietveld ken­nis met de laat­ste ontwik­kelin­gen in de nationale en inter­na­tionale archi­tec­tuur en kun­st­ni­jver­heid. Daar­naast zal ook Klaarhamers grote belang­stelling voor lit­er­atuur en filosofie in de lessen hebben doorgek­lonken en zo zijn geestelijke vorm­ing hebben beïnvloed.

In 1908 creëerde hij reeds zijn eerste meubel­stukken.
Met tussen­pozen werkte Rietveld tot 1917 nog als meubel­maker in het bedrijf van zijn vader. Maar hij ontwierp, voor eigen gebruik en voor vrien­den, ook zelf enige meube­len die opvallen door hun sobere en strakke vormgeving.

In 1917 begon Rietveld een meubel­mak­erij aan de Adri­aen van Ostade­laan in Utrecht. Zijn zelf­s­tandigheid lei­dde tot eigen­zin­nige ontwer­pen, die waren gebaseerd op een ana­lytis­che benader­ing van het meubel. Rietveld heeft een aan­tal bek­ende meube­len gemaakt. Zo is er de rood-​blauwe leun­stoel uit 1918, en aan­tal andere stoe­len en meubels. Bij zijn meube­len maakte Rietveld vee­lal gebruik van de Carte­si­aanse knoop (zie afbeeld­ing ). Rietveld streefde ernaar om meube­len te ontwer­pen die in massa gemaakt kon­den wor­den en die niet duur waren, zodat iedereen ze zou kun­nen kopen.

Rietveld17Afbeeld­ing: Carte­si­aanse knoop. Drie vierkante blokken van gelijke afmetin­gen aan elkaar beves­tigd d.m.v. duvels*, waar­van er nog een ver­lengde zicht­baar is. Het basis­principe enkele van de meest bek­ende ontwer­pen van Rietveld.
*Ronde, vaak beuken­houten pen­nen t.b.v. som­mige houtconstructies.

Vanuit soci­aal oog­punt wen­ste hij de arbei­ders te bevri­j­den van het harde en afmat­tende repeti­tieve werk door machines in te schake­len. Dit idee is echter nooit echt ver­wezen­lijkt. Rietveld was, met zijn eigen­zin­nige stijl, zijn tijd ver vooruit

Rietveld heeft veel meube­len ont­wor­pen in opdracht van per­so­nen, bedri­jven en fam­i­lies. Veel van deze opdracht­gev­ers kwa­men uit de kring van Truus Schröder-​Schräder, bin­nen­huis­ar­chi­tecte en vriendin van Rietveld, naaste fam­i­lie en ken­nis­sen. Het waren voor­namelijk mensen uit de intel­lectuele boven­laag van vooral Utrecht. Onder deze belang­stel­len­den zijn opval­lend veel oogheelkundi­gen, spoor­weg­in­ge­nieurs en mensen uit de kunstwereld.

In dit artikel wil ik echter aan­dacht best­e­den aan de min­der bek­ende ontwer­pen van Rietveld , In het bij­zon­der de meubels die niet als replica in de han­del zijn en waarschi­jn­lijk uniek zijn.
Tij­dens het bestud­eren van het werk van Thomas Ger­rit Rietveld wer­den de meest bek­ende ontwer­pen in de diverse pub­li­caties uitvo­erig belicht.
Er bestaan echter ook ontwerpen/​meubels die in opdracht of in een beperkte oplage gemaakt zijn. Bij zoek­tocht naar deze meubels vond ik afbeeldin­gen van het vroeg­ste werk van Rietveld gemaakt voor de inricht­ing van Slot Zuylen aan de Vecht.

In 1905 kreeg de toen 17-​jarige Ger­rit Rietveld de opdracht van de toen­ma­lige bewoner, Fred­erik baron Van Tuyll van Serooskerken, om een serie meubels te maken voor het Poort­ge­bouw. Ger­rit Rietveld leerde op dat moment het vak in het ate­lier van zijn vader, de Utrechtse meubel­maker Jan Cor­nelis Rietveld (18601933), die een paar jaar eerder al enkele archiefkas­ten had gemaakt voor het kasteel.

Het wer­den ambachtelijk gemaakte meubels in his­toris­erende stijl, die pas­ten bij het beeld dat de fam­i­lie Van Tuyll van het verleden had, maar tegelijk ogen deze meubels ook mod­ern. Hierover zegt meubel­restau­ra­tor en gast­con­ser­va­tor Nico Hij­man: “In de meubels zie je Rietvelds tra­di­tionele orig­ine, maar de vernieuwende ele­menten getu­igen tegelijk­er­tijd van zijn bij­zon­dere ontwerpvaardigheden.”

Bezoek­ers maken tij­dens de rondlei­d­ing een reis door de meer recente geschiede­nis van Slot Zuylen gecom­bi­neerd met het ver­haal ron­dom Ger­rit Rietveld. Schilder­i­jen, foto’s, archief­s­tukken, tekenin­gen en orig­inele meubels vertellen over een vernieuwings­gezinde baron, die bek­end staat als de ‚beton­baron’, en die vanaf 1900 het eeuwe­noude Slot Zuylen klaarstoomde voor de twintig­ste eeuw. De pre­sen­tatie in het his­torische interieur van een aan­tal iconis­che Rietveld-​meubels uit de jaren 1920 en later, die in bruik­leen zijn gegeven, maakt duidelijk hoe baan­brek­end de nieuwe strakke vor­mgev­ing van Rietveld en de kun­st­be­weg­ing De Stijl was. Toen Fred­eriks zoon, de gelijk­namige laat­ste bewoner van Slot Zuylen, in 1919 met zijn gezin het Slot ging bewo­nen, koos hij voor een voor die tijd mod­erne inricht­ing met ver­wi­jzin­gen naar vernieuwende ontwer­pers als Frank Lloyd Wright en Berlage. Dit was toen heel onge­bruike­lijk voor een his­torisch kas­teel van een adel­lijke familie.

Rietveld01 Rietveld02
Rietveld03 Rietveld04
Rietveld05 Rietveld06

Afb . 1 , 2. 3, 4 , 5, 6
De op afb 1 en 3 getoonde stoe­len, bei­den een afwijk­ende ver­sie van de Rood-​Blauwe stoel, zijn een voor­beeld van de ontwer­pen die uniek zijn.

Het Poort­ge­bouw is nor­maal niet toe­ganke­lijk voor het pub­liek, maar ter gele­gen­heid van het the­ma­jaar Mon­dri­aan to Dutch Design gaan de deuren van deze intieme ruimte op gezette tij­den open. Con­ser­va­tor van Slot Zuylen Ger­brand Kore­vaar: „Rietveld kreeg de opdracht om meubels te maken die een een­heid vor­m­den met de archi­tec­tuur van het Poort­ge­bouw. Die onder­linge verbind­ing tussen meubels en de ruimte eromheen zoekt Rietveld ook in zijn lat­ere werk, zoals bij het Rietveld Schröder­huis. De opdracht voor Zuylen was in die zin een pre­lude voor Rietvelds lat­ere oeuvre.

In een inter­view in 1959 zei Rietveld dat hij tij­dens het maken van de nog tra­di­tionele meubels tot het inzicht kwam dat zijn artistieke toekomst elders lag: „Ik ben niet van de oude sti­jlen afge­haakt, omdat ik ze niet mooi vond. Of omdat ik het niet goed kon maken, want ik had het vak goed geleerd. Maar ik ben ermee uit­gescheden, omdat het geen vol­doen­ing gaf. Ik zag er geen toekomst is. Want alles wat je maakte in die oude sti­jlen was eigen­lijk slechter dan wat de mensen in die tij­den zelf maak­ten.” Maar toch, aldus meubel­restau­ra­tor en gastcu­ra­tor Nico Hij­man: „In de meubels zie je Rietvelds tra­di­tionele herkomst, maar de vernieuwende ele­menten erin getu­igen tegelijk­er­tijd van zijn bij­zon­dere ontwer­p­vaardighe­den.” In 1919 bekeerde Rietveld zich volledig tot de moder­niteit met zijn aansluit­ing bij de Stijl * ( zie voet­noot 1) beweg­ing die een paar jaar eerder was opgericht.

Als eerder ver­meld, het idee/​streven van Rietveld was; meubels te ontwer­pen die fab­rieks­matig in grote aan­tallen goed­koop ver­vaardigd kon­den wor­den voor een groot pub­liek. Dit idee is echter nooit ver­wezen­lijkt, de wereld was er nog niet klaar voor. Een aan­tal, wat min­der futur­is­tis­che ontwer­pen, zijn wel in pro­duc­tie ver­vaardigd voor de Fa. Metz & Co zij het niet in grote opla­gen waar­door de aan­schaf­prijs vrij hoog uitviel en dus niet voor een groot pub­liek toegankelijk.

Rietveld08 Rietveld09
Rietveld10 Rietveld16

Voor­beelden hier­van (afb.8,9, 10, 11)

Al met al, Ger­rit Thomas Rietveld was een veelz­i­jdig ontwer­per. Niet alleen meubels waren zijn geeste­skinderen, ook op het gebied van archi­tec­tuur heeft hij vele objecten op zijn naam staan. Over dit onder­w­erp zijn een aan­tal lijvige boekde­len geschreven o.a. Theodore Brown ‘The work of G Rietveld archi­tect ‚. Marie Therese van Toor en Ida van Zijl ‘Rietvelds uni­ver­sum ‘, Mar­ijke Kuper en Ida ven Zijl ‘Ger­rit Th. Rietveld het volledige werk ‘.

Voet­noot 1
Mon­dri­aan richtte in 1917 De Stijl op met Theo van Does­burg. Bart van der Leck, de archi­tect Oud en Ger­rit Rietveld sloten zich bij hen aan. Zij had­den con­tacten met het Bauhaus en de Rus­sis­che con­struc­tivis­ten en gaven een tijd­schrift uit.

Mon­dri­aan richtte zich in zijn schilder­i­jen vooral op prob­le­men van esthetis­che aard, Rietveld probeerde zijn ontwer­pen func­tion­eel te benaderen. Oud vond dat hij als archi­tect zijn ontwer­pen niet uit­slui­tend uit esthetis­che over­weg­in­gen kon maken maar dat hij reken­ing moest houden met tech­nis­che en maatschap­pelijke eisen.

De Stijl zette zich in voor een nieuwe kunst in een nieuwe, betere wereld. De gelijk­waardige samen­werk­ing tussen schilders en archi­tecten was daar­bij een belan­grijk doel. Zij werk­ten met een paar belan­grijke uit­gangspun­ten en streef­den naar har­monie en even­wicht door het gebruik van:
- de uni­versele pri­maire kleuren, zwart-​wit en gri­jzen
- hor­i­zon­taal en ver­ti­caal (later ook diag­o­naal)
- rechthoekige vor­men
- elkaar lood­recht kruisende lij­nen
- basisvor­men, zowel tweed­i­men­sion­aal als dried­i­men­sion­aal
- asym­metrische een­voudige beeld– en vor­maspecten
- asym­metrische com­posi­ties
- lood­recht kruisende lij­nen
- basisvor­men, zowel tweed­i­men­sion­aal als driedimensionaal

De Stijl wilde een zui­v­ere kunst. Dat betekent dat de kunst onafhanke­lijk moest wor­den en haar eigen regels en wet­ten moest for­muleren. Men wilde niet langer de natuur naboot­sen, geen kunst met willekeurige, sub­jec­tieve elementen.

Ger­aad­pleegde bron­nen:
Theodore Brown ‘The work of G Rietveld archi­tect’
Marie Therese van Toor en Ida van Zijl ‘Rietvelds uni­ver­sum‘
Mar­ijke Kuper en Ida ven Zijl ‘Ger­rit Th. Rietveld het volledige werk‘
Marike Kuper en Lex Reitsma ‘De stoel van Rietveld’
www​.slotzuylen​.nl
https://www .pin​ter​est​.com
web­site van Cen­traal Museum Utrecht www​.cen​traal​mu​seum​.nl
Wikipedia

Joomla tem­plates by a4joomla