Panorama zaandam by Tilemahos Efthimiadis


U kunt dus wel nagaan hoe groot het veen­wei­dege­bied toen was. De akkert­jes van toen had­den ook namen: Hen­land, Vijver, Breedje, de Rimpel, het Hamer­land en daar staan en zit­ten we nu op.
Aan alles komt een eind, zo ook aan dat veenge­bied. Het werd droger, men kon er niet meer met de jol komen. De sloten kwa­men vol bag­ger te zit­ten. Er werd niet meer gebag­gerd. Het hooi dat ervan af kwam was niet best. Je had er eigen­lijk niets meer aan.

In 1865 en 1873 waren er al plan­nen om het gebeid in te polderen. Een polder die lag op het grondge­bied van Oost­zaan, Purmer­land en Den Ilp. Door omstandighe­den zijn deze inpolderin­gen nooit uit­gevo­erd. Veel van de lan­der­i­jen waren ongeschikt voor grasland zodat het riet de over­hand nam. Men ver­di­ende in dit gebied zijn brood met vee­teelt, vis­vangst en riet sni­j­den. De heren kwa­men er echter niet uit. De plan­nen verd­we­nen in de bureaulade. In 1915 kwam het droog­leggen van de polder weer ter sprake en kwa­men er nieuwe plan­nen. De gemeente Oost­zaan keurde het plan goed. Men had zelfs een schets gemaakt (geen houtskoolschets).

Daarna kre­gen de gron­deigenaren een brief waarin werd gevraagd hun water en land te verkopen. Dit gebeurde in een voorge­drukte brief. Ik citeer: „In ver­band met uw daar­toe aan gerichtver­zoek verk­laart de onder­getek­ende de hem in eigen­dom behorende gron­den, gele­gen bin­nen in de polder com­plex aan het Syn­di­caat „De Twiske” tot en met 15 sep­tem­ber 1918 in het recht van koop te willen afs­taan tegen den prijs door de daar­toe benoemde deskundi­gen te bepalen. Deze toezeg­ging heeft uit­slui­tend ten doel het inpolderen.”
De vol­gende eigenaren stu­ur­den de brief getek­end terug:
C. Schuiten­maker Hz., A.de Rid­der, J. Bindt Wzn., voorzit­ter en J. Veen sec­re­taris. Wed. P. Wals en nog veel meer namen. Op de brieven wer­den aller­lei opmerkin­gen geplaatst, zoals ‚Toeges­taan, mits geen rente ver­lies’. ‚Bereid voor de prijs van 3 gulden per roede af te staan.’ ‚Onder voor­waarde dat geen kap­i­taalderv­ing plaats heeft.’ en ‚Voor een min­i­mum van 225 gulden.’

Zo schreef Albert Heijn ook een brief terug, op 27 decem­ber 1915 vanuit Zaan­dam. „Mijne heren, in antwo­ord op uw cir­cu­laire, welke ik vorige week ontv­ing deel ik u mee dat ik niet op voors­tel kan ingaan om de reden dat ik niet van de eventuele door u aangewezen deskundi­gen afhanke­lijk wil zijn. Niet tegen staande juich ik toch de plan­nen toe. En ben dan ook gaarne geneigd, indien het zover komt, het land door u bedoeld tot bil­lijken (recht­vaardige prijs) aan u af te staan.
Hoogach­t­end, A. Heijn.

Ook deze plan­nen wer­den weer uit­gesteld. Oorzaak hier­voor was de water­snood van 1916. Op 13 jan­u­ari 1916 stond er een orkaan met wind­kracht 12, waar­door op ver­schil­lende plaat­sen de Water­landsedijk door­brak. Het water stroomde op 16 jan­u­ari tegen het Lui­jendijkje aan. Dit dijkje hield het slechts een paar dagen uit, maar brak ook door. Opnieuw dus uit­s­tel voor de plannen.

Het werd zelfs een erg lang uit­s­tel. Pas is 1937 wer­den er weer plan­nen gemaakt om het Twiske droog te leggen en te ont­gin­nen. Het was 14 juli dat er in het Provin­ci­aal Nieuws– en Adver­ten­tieblad De Water­lan­der gewezen werd op mys­terieuze gedragin­gen van land­me­ters op het veld tussen Landsmeer, Den Ilp en Oost­zaan. Dat daar heren liepen in witte pakken. Op 26 novem­ber 1940 wer­den de plan­nen goedgekeurd. Maar Gede­puteerde Staten kwam aan het woord bij de beant­wo­ord­ing van aller­lei vra­gen van de staten­le­den. Daar­bij werd gesteld dat de lig­ging van het werkver­schaffin­g­sob­ject nabij de stad de doorslag moest geven. De mensen keren des avonds naar huis en zijn spoedig bij moeder de vrouw. Daarom, mijne heren, kost dit object 7 miljoen gulden en ligt de gede­puteerde na aan het hart. Hij ging verder. Ik heb me er het apen­zuur voor gew­erkt en wij hebben het gekre­gen. Het kostte de Provin­cie uitein­delijk slechts 585.000 gulden. De gede­puteerde ver­vol­gde zijn rede met de leg­en­darische woor­den: „Ik heb gedacht, als er ergens een kreet van dankbaarheid zou moeten opgaan, dan zou dat in Ams­ter­dam of Zaan­dam moeten zijn. Duizen­den werk­lieden aan het werk. Vlak in de buurt, per fiets of lopend te bereiken. Maar niets, mijne heren, hele­maal niets. Eind jaren 30 waren er veel werk­lozen in de Zaanstreek en het werkver­schaffin­g­spro­ject kwam dan ook goed uit. In 1941 werd land onteigend en kon er begonnen wor­den met het werk.

WerkTwiske3

WerkTwiske1Een bag­ger­ma­chine en ander mate­ri­aal wer­den in 1940 via het Noord­hol­land­skanaal via Den Ilp naar de Kerke­breek in Landsmeer gebracht, daar is men ook begonnen met de dijk van het Twiske.
Mensen wer­den te werk geteld, zin of geen zin, werken moest je. De Heren bleven gewoon in hun stoel zit­ten, maar de gewone mensen moesten het werk doen. Iedere dag, drie jaar lang, naar het Twiske lopen of fiet­sen. Weer of geen weer. Alleen met de strenge vorst mochten ze thuis bli­jven. Deze begon op 5 jan­u­ari 1942; in volle hevigheid barste deze los. 18 tot 20 graden vorst, de sneeuw tot de dak­goot, het duurde tot maart. Het stond zelfs in de krant dat men weer begonnen was met het werk. HET GELUID VAN DE ARBEID KLINKT WEER OVER HET TWISKE GEBIED.
WerkTwiske2De mensen hebben van ‚s mor­gens vroeg tot ‚s avonds laat gew­erkt, ze hebben ont­berin­gen meege­maakt. Met hun klom­pen of laarzen of schoe­nen in de bag­ger en prut ges­taan. Met een schep een krui­wa­gen met een houten wieltje vullen, en over een loop­plank je lad­ing verder lossen.

In 1943 was de dijk af. Alles ging weer weg. De rails en werkschuren bepaalden toen het beeld van het Twiske. Toen wer­den de werkne­mers met bussen gebracht. Uit die tijd stamt de Polderweg.

Het zuidelijk deel van het Twiske was bedoeld voor de tuin­bouw. Het veen werd daar­bij ver­mengd met zand ter ver­be­ter­ing van de grond. Men dacht zo een geweldig stukje tuin­bouw te kun­nen realis­eren. Maar helaas er heeft zich in die tijd maar één tuin­der gemeld. Deze man heeft er niet lang gezeten omdat de grond van het Twiske te zout was. In het Twiske is namelijk een flinke zoute kwel. Zo komt er per jaar 3832 kg chlo­ride (1 kg chlo­ride keuken­zout) per hectare per jaar de polder in. En dat is nog al wat als je daar een tuin­derij wil beginnen.

Er werd in die tijd niet veel mee gedaan. De boeren uit Den Ilp en Oost­zaan kon­den het huren voor hooi­land of hun koeien hier laten grazen. Nu was het aan de linker kant van Oost­zaan uit in het Twiske ruig gebied, en aan de rechter kant grasland.
In 1962 werd het gebruikt voor zand­win­ning voor rijk­swe­gen.
Pas in 1972 waren er plan­nen voor een recre­atieve bestem­ming.
Zoals het nu is.

Aan­geleverde foto’s van de Oud­hei­d­skamer Oostzaan

Joomla tem­plates by a4joomla